Leven na het overleven

 

 

Na een levertransplantatie begint niet vanzelfsprekend een terugkeer naar het leven van vroeger. Wie uit een lange periode van ziekte, afhankelijkheid en overleven komt, merkt vaak dat het medische hoofdstuk wel verandert, maar dat daarmee het innerlijke werk nog niet voorbij is.

Tijdens ziekte leeft een mens vaak in functie van het noodzakelijke: onderzoeken, behandelingen, cijfers, wachten en volhouden. Het denken wordt functioneel, de wereld kleiner, het leven vernauwt zich tot wat medisch en lichamelijk nog haalbaar is. Maar wanneer die fase stilaan achter je komt te liggen, dringt zich een andere opgave op: niet alleen herstellen, maar opnieuw leren leven.

Dat opnieuw leren leven raakt aan verschillende aspecten van het bestaan. Het gaat over fysieke kracht, mentale draagkracht, medicatie, controles, dagritme, verantwoordelijkheid, relaties, toekomst en de vraag hoe je verder wilt leven nu je weet hoe snel alles kan kantelen. Elk van die onderdelen vraagt eigen aandacht, zonder dat één ervan het hele verhaal bepaalt.

In dat geheel krijgt ook Medicatie en dagelijks leven een plaats. Na een levertransplantatie blijft medicatie niet beperkt tot het medische traject; zij wordt deel van het ritme, de verantwoordelijkheid en het verdere leven.

In het onderdeel Medicatie en dagelijks leven wordt niet ingegaan op medisch advies, dosering of beoordeling van geneesmiddelen. Die vragen horen altijd thuis bij het transplantatieteam, de behandelende arts of de apotheker. Wel krijgt de menselijke kant van medicatie er een plaats: hoe iets medisch noodzakelijk ook deel wordt van gewoon leven.

Ga naar: Medicatie en dagelijks leven